Antwoord 'De Standaard' aan 'Le Soir' (17.12.2006)
Chers amis,
Met belangstelling en verbazing, maar vooral met veel enthousiasme, hebben we op de redactie van De Standaard de ,,Lettre à nos amis flamands'' gelezen die u in het weekeinde op de frontpagina van uw krant hebt afgedrukt. Het is een uitgebreid antwoord op het artikel (,,Nous en avons marre'') dat wij vrijdag in deze krant hadden geschreven na het ophefmakende RTBF-,,journaal'' over de onafhankelijkheid van Vlaanderen en enkele daaropvolgende analyses in de Franstalige pers.
Uw antwoord bestaat in essentie uit drie delen. Om te beginnen ontkent u verontwaardigd dat u op de redactie van Le Soir in clichés zou denken en schrijven over Vlaanderen. U geeft goede argumenten om aan te tonen dat u wel degelijk inspanningen doet om Vlaanderen in uw krant te brengen.
In de tweede plaats probeert u ons duidelijk te maken dat wat wij in Vlaanderen verstaan onder ,,confederalisme'' bij jullie wel eens klinkt als een ,,lege schelp''. Ons streven naar een meer efficiënte staat, zien jullie als een afbouw van de ,,solidariteitstransfers''. Nous ne sommes pas naïfs, schrijven jullie...
En tenslotte steekt u de hand uit. ,,Mettons dès lors nos esprits critiques et notre professionalisme en commun au service d'une grande enquête sur la Belgique''. Een groot gemeenschappelijk journalistiek project dus over de toekomst van België.
Voor ik antwoord op uw voorstel formuleer ik drie bedenkingen.
1. Ik wil hier niet meteen de polemiek voeren. Maar ik kan enkel vaststellen hoe moeilijk de dialoog is als er, in onze ogen, slechte wil is aan de andere kant van de taalgrens. Eén voorbeeld: niet later dan dit weekeinde ruimden wij in onze krant plaats voor een interview met Philippe Dutilleul, de maker van de RTBF-,,documentaire'' over de splisting van Begië. Zonder verpinken beweert de man dat ,,70 procent van de Vlamingen separatistisch stemt''. Dit klinkt in onze oren als complete nonsens. Enkel Het Vlaams Belang (desnoods eenzijdig) en eventueel de N-VA, ( via het ,,bruistabletmodel'') willen het separatisme. Samen zijn die twee niet goed voor zeventig, maar voor zowat dertig procent van de stemmen. Ik geef het graag toe, Philippe Dutilleul maakt geen deel uit van uw redactie. Maar ziet u mijn punt?
2. Ik wil meteen in eigen boezem kijken. Ook wij maken dergelijke fouten. Ook wij moeten er ons voor hoeden Wallonië te herleiden tot de corruptie van sommige bonzen in Charleroi of Namen. En, al vele jaren levend met een extreem-rechtse partij, dreigen we verblind te raken voor racistische uitspattingen ervan. Maar moeten jullie, beste collega's. de hand ook niet in eigen boezem steken? Zijn jullie hard genoeg voor jullie politieke klasse? Zijn jullie kritisch genoeg voor zij die van Brussel een van de slechtst bestuurde steden van West-Europa hebben gemaakt? Verdedigen jullie zelf niet een te gemakkelijk status quo?
3. Het feit dat bijna negen op tien kijkers van de RTBF geloof gehecht hebben aan de reportage over de Vlaamse onafhankelijkheid - tegengehouden trams incluis - heeft velen in Vlaanderen de ogen geopend. Het toont dat u, de Franstalige media, én wij, de Nederlandstalige media, er de voorbije jaren niet in geslaagd zijn om het genuanceerd denken over de verdere stappen in een mogelijke staatshervorming aan ons beider publiek duidelijk te maken. Het toont dat wij beiden een immense ,,chantier d'expliquation'' voor de boeg hebben.
Daarom, beste collega's, klinkt jullie voorstel ons hier op De Standaard als muziek in de oren. Laat ons inderdaad een groots onderzoek opzetten waaraan journalisten van Le Soir en De Standaard samen werken. Waarin we vragen noch taboes uit de weg gaan. Waarin we duidelijk maken aan onze lezers wat er leeft in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Wat België is, en in de ogen van de enen of de anderen, moet zijn. Laat ons dus doen waarin ons beider kranten goed zijn: steengoede journalistiek afwisselen met diepgravende debatten. Feiten en meningen. Geen karikaturen.
Vriendelijke groet,
Peter Vandermeersch, algemeen hoofdredacteur |