Eigen schuld eerst - Luckas Vander Taelen (09.01.2007)
Als we aan buitenlanders moeten uitleggen waarom het koninkrijk Belgie een zo ingewikkelde structuur heeft, dan willen we wel eens de essentie van het probleem ontwijken door te wijzen op de collaterale voordelen van de eindeloze reeks staatshervormingen. We zijn erin geslaagd onze stammentwisten op een weliswaar bizarre, maar geheel bloedeloze manier uit te vechten. Dat is inderdaad geen geringe verdienste, maar nu we hier onder elkaar zijn en er geen buitenlanders meeluisteren, kunnen we misschien eens ophouden met op de borst te kloppen en de Belgische manier van functioneren rationeel onder ogen te zien. Dat kan geen kwaad, dunkt mij, nu de twee gemeenschappen de spierballen rollen in het vooruitzicht van de even onvermijdelijke als lange communautaire onderhandelingen die over het lot van het land zullen beslissen na de federale verkiezingen.
Nu nieuwjaar nog vlakbij is, zou ik een wens durven formuleren aan het adres van de toekomstige onderhandelaars. Beste dames en heren, zou het mogelijk zijn tijdens uw nachtelijke discussies eens rekening te houden met de essentie, te weten de financiele toestand van dit land. Nu weet ik wel dat de paarse regering de niet geringe verdienste heeft gehad onze overheidsschuld serieus te reduceren, maar 281.000.000.000 euro is toch nog altijd een lap geld. Alleen al de afbetaling van de interesten van die schuld kost ons elk jaar handenvol belastinggeld en legt nog voor lange tijd een hypotheek onder elke economische politiek.
Het probleem is echter dat de gemeenschappen en gewesten zich gedragen alsof het hier gaat om de schuld van een ver land, Kazachstan bijvoorbeeld, waar zij niets mee te maken hebben. Dat Belgie nog steeds een torenhoge schuld heeft, zal hun een zorg zijn. Die schuld is een probleem van de federale regering en daarmee hebben zij niets te maken. Zo'n bewuste ontkenning van de financiele realiteit van dit land is een van de meest perverse en absurde bijwerkingen van de regionalisering. Sinds de financieringswet van 1989 krijgen de deelregeringen in dit land geld doorgestort uit de federale schatkist en kunnen ze de schuldenlast gewoon vergeten. Met dat geld kunnen de deelregeringen doen wat ze willen, terwijl het land wel blijft zitten met torenhoge afbetalingen.
Ik zou wensen dat de deelregeringen zich wat meer zorgen zouden maken over de nationale schuldenlast en twee keer zouden nadenken als ze geld uitgeven. Nu doet de toestand me denken aan een hardwerkende huisvader die er met moeite in slaagt zijn schuld af te betalen, terwijl zijn huisgenoten het geld langs deuren en vensters buitengooien. Wilt u enige voorbeelden? Laat het ons dan even hebben over een van de meest kafkaiaanse aspecten van de regionalisering: het buitenlands beleid. Sinds het Sint-Michielsakkoord van 1993 mogen de deelregeringen ook minister van Buitenlandse Zaken spelen en dat doen ze met veel enthousiasme. Dat het ook iets mag kosten, is vanzelfsprekend.
Kunt u zich voorstellen dat onze Franstalige medeburgers liefst zeventien 'delegations' in het buitenland hebben opgericht, waarvan het functioneren jaarlijks 11 miljoen euro kost? Allemaal op plaatsen natuurlijk waar er Belgische ambassades zijn die geacht zijn de belangen van de twee gemeenschappen te dienen. Maar wat we zelf doen, doen we beter, vinden ook de Franstalige Belgen en dus is er zelfs niet één parlementaire vraag geweest over bijvoorbeeld de opportuniteit van de aankoop in Parijs van een exclusief pand aan de Boulevard St. Germain op naam van de 'délégation Wallonie-Bruxelles' voor het riante bedrag van 17 miljoen euro.
Een paar maanden geleden was er wel wat opschudding over de aankoop van een centrum voor de Franse Gemeenschap in Kinshasa, ten belope van 7 miljoen euro. Wat het nut is van die investeringen staat niet open voor discussie in kringen van zelfvoldane regionale potentaten, het zal wel iets met 'uitstraling' of 'vitrine' te maken hebben. En het is een uitstekende manier om verdienstelijke kabinetsmedewerkers te placeren... Dat de Franse Gemeenschap virtueel failliet is en er zelfs nauwelijks in slaagt om haar basisopdrachten, zoals onderwijs, behoorlijk te vervullen, speelt blijkbaar geen rol. De federale regering stort het geld toch door.
Let wel, het gaat hier niet om een aberratie van spilzieke Franstaligen. Vlaanderen is in hetzelfde bedje ziek. Weet u dat onder de niet aflatende impuls van de Vlaamse minister van Buitenlands Beleid, Geert Bourgeois, de Vlamingen nu ook al beschikken over negen vertegenwoordigingen in het buitenland? Uiteraard op plaatsen waar er Belgische ambassades zijn. Zo betalen we dus twee keer voor hetzelfde werk. Een schrijnend voorbeeld van die zelfingenomen megalomanie is de Vlaamse afvaardiging bij de Europese Unie, waar een Belgische permanente vertegenwoordiging al jaren uitstekend werk verricht. Maar dat zal de Vlaamse minister van Buitenlandse Zaken een zorg zijn. Zijn nauwelijks verborgen agenda is natuurlijk dat hij er nog altijd van uitgaat dat federale instanties per definitie niet te betrouwen zijn... Maar de uitwassen van zulke ideologische spielereien kosten dus wel handenvol geld, zowel aan de Vlaamse als aan de Franstalige burger. Het antwoord van de regionalisten zal wel zijn dat de federale instellingen dan maar moeten worden afgeschaft. Zij beseffen zelf immers maar al te goed dat hoe kleiner het land, hoe groter zij kunnen zijn.
Is het echt ondenkbaar dat de toekomstige onderhandelaars zich zouden opstellen als goede, rationele huisvaders en meer aan het belang van hun burgers zouden denken dan aan hun bekrompen politieke doelstellingen? Wie durft er te pleiten voor besparingen van de deelregeringen om de federale schuld versneld af te betalen? Tenslotte zouden we daar allemaal beter van worden...
Luckas Vander Taelen
De auteur is freelancejournalist en regisseur. |